Eerder stoppen met werken: hoeveel vermogen heb je nodig?
Kort antwoord
Een veelgebruikte vuistregel is dat je ongeveer 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen nodig hebt om te stoppen met werken — dat hoort bij een opnamepercentage van 4% per jaar. Geef je € 30.000 per jaar uit, dan gaat het om zo'n € 750.000. Hoe snel je daar bent hangt vooral af van je spaarquote: het deel van je inkomen dat je overhoudt.
De 25-keer-regel
De bekendste vuistregel: je hebt ongeveer 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan belegd vermogen nodig om ervan te kunnen leven. Geef je € 30.000 per jaar uit, dan kom je op € 750.000. Bij € 45.000 per jaar op € 1.125.000.
Die 25 is het spiegelbeeld van de 4%-regel: je neemt in het eerste jaar 4% van je vermogen op en verhoogt dat bedrag daarna jaarlijks met de inflatie. Historisch onderzoek op Amerikaanse data liet zien dat een gespreide portefeuille dat doorgaans dertig jaar volhield.
Let op wat deze regel niet zegt. Het is geen garantie, het is gebaseerd op een specifieke periode en markt, en het houdt geen rekening met de Nederlandse vermogensbelasting of met beleggingskosten. Wie erop rekent alsof het een wet is, bouwt zijn plan op één historische studie.
Je spaarquote bepaalt de snelheid
Wat je vermogen echt versnelt is niet je inkomen maar je spaarquote: het deel van je netto-inkomen dat je overhoudt. Die werkt twee kanten op tegelijk — je legt meer in én je hebt minder nodig om van te leven, waardoor je doelbedrag daalt.
| Spaarquote | Jaren tot 25× je uitgaven |
|---|---|
| 10% | ruim 50 jaar |
| 25% | ruim 30 jaar |
| 40% | ongeveer 22 jaar |
| 50% | ongeveer 17 jaar |
| 65% | ongeveer 11 jaar |
Uitgaande van een reëel rendement van ongeveer 5% per jaar en een start vanaf nul. Het opvallende is dat je inkomen in deze tabel niet voorkomt: iemand met een bescheiden salaris en een spaarquote van 40% is eerder klaar dan een grootverdiener die 10% overhoudt.
Vier dingen die de vuistregel weglaat
- Belasting. In Nederland betaal je in box 3 jaarlijks over je vermogen, ook in jaren zonder rendement. Bij een groot vermogen kost dat ruwweg één tot anderhalf procent per jaar — een flinke hap uit die 4%.
- Kosten. Nog eens 0,2% tot 0,5% per jaar. Zie kosten bij beleggen.
- Volgorde van rendementen. Een flinke daling in je eerste opnamejaren doet veel meer pijn dan dezelfde daling twintig jaar later, omdat je dan verkoopt uit een geslonken portefeuille.
- AOW en pensioen. Die komen er op enig moment bij, waardoor je eigen vermogen alleen de jaren daarvóór hoeft te overbruggen. Dat maakt eerder stoppen makkelijker dan de kale 25-keer-regel suggereert.
Reken je eigen situatie door
In de pensioencalculator zet je zowel de opbouwfase als de opnamefase in één berekening: vul je maandelijkse inleg in, zet een bedrag bij opname per jaar en geef aan vanaf welk jaar je stopt met werken. In de jaartabel zie je precies wanneer je saldo begint te dalen en of het de looptijd haalt.
Reken daarnaast een somber scenario door met 4% rendement in plaats van 7%. Een plan dat alleen werkt bij het gunstigste scenario is geen plan.
Deeltijd telt ook
Volledig stoppen is niet de enige uitkomst. Met een fractie van dat vermogen kun je al een dag minder werken, een sabbatical nemen of overstappen naar werk dat minder betaalt maar meer oplevert. Voor veel mensen is dát het werkelijke doel — en dat ligt jaren eerder binnen bereik dan de volledige 25 keer.
Vragen over dit onderwerp
Wat is de 4%-regel precies?
Het idee dat je in je eerste opnamejaar 4% van je vermogen opneemt en dat bedrag daarna jaarlijks met de inflatie verhoogt. Uit historisch onderzoek op Amerikaanse data bleek dat een gespreide portefeuille dat doorgaans dertig jaar volhield. Het is een vuistregel, geen garantie, en houdt geen rekening met Nederlandse belasting en kosten.
Hoeveel vermogen heb ik nodig om te stoppen met werken?
Als startpunt: ongeveer 25 keer je jaarlijkse uitgaven. Bij € 30.000 uitgaven per jaar is dat € 750.000. Houd er rekening mee dat AOW en opgebouwd pensioen later meetellen, waardoor je eigen vermogen vooral de overbruggingsjaren hoeft te dekken.
Telt de overwaarde van mijn huis mee?
Voor je vermogen op papier wel, maar je kunt er niet van leven zonder te verkopen of te herfinancieren, en het levert geen uitkeerbaar rendement op. Reken voor deze vuistregel alleen met vrij belegbaar vermogen. Wel scheelt een afbetaalde woning in je maandlasten, waardoor je doelbedrag lager wordt.
Wat is het grootste risico van eerder stoppen?
Een flinke koersdaling in de eerste jaren na je stopdatum. Je neemt dan op uit een geslonken portefeuille, waardoor er minder overblijft om te herstellen. Een buffer in contanten voor de eerste jaren of tijdelijk minder opnemen vangt dat grotendeels op.
Kan ik dit ook in deeltijd doen?
Ja, en voor de meeste mensen is dat realistischer. Elke stap richting vermogen koopt vrijheid: een dag minder werken, een sabbatical, of overstappen naar werk dat minder betaalt. Dat vraagt een fractie van het vermogen dat volledig stoppen kost.