Inflatie en koopkracht: wat je eindbedrag echt waard is
Kort antwoord
Inflatie holt de koopkracht van je vermogen uit: bij 2% per jaar is € 100.000 over 25 jaar nog ongeveer € 61.000 waard in euro's van vandaag. Reken daarom altijd met reëel rendement — je nominale rendement min de inflatie — en kijk naar de koopkrachtlijn in de grafiek.
Wat inflatie met je vermogen doet
Inflatie verlaagt je saldo niet — het verlaagt wat je ervoor kunt kopen. Een spaarrekening met € 100.000 heeft over 25 jaar nog steeds € 100.000 erop staan, maar bij 2% inflatie kun je daar dan ongeveer evenveel voor kopen als voor € 61.000 vandaag.
| Inflatie | Na 10 jaar | Na 20 jaar | Na 30 jaar |
|---|---|---|---|
| 1% | € 90.500 | € 82.000 | € 74.200 |
| 2% | € 82.000 | € 67.300 | € 55.200 |
| 3% | € 74.400 | € 55.400 | € 41.200 |
| 5% | € 61.400 | € 37.700 | € 23.100 |
Nominaal versus reëel rendement
Het rendement dat je op je afschrift ziet is nominaal. Trek daar de inflatie vanaf en je houdt het reële rendement over: wat je echt rijker wordt. Bij 7% rendement en 2% inflatie is je reële rendement ongeveer 4,9% (exact: 1,07 ÷ 1,02 − 1).
Bij 2% spaarrente en 3% inflatie is je reële rendement negatief: je saldo groeit, je koopkracht daalt. Dat is de reden dat langdurig alles op een spaarrekening laten staan voor langetermijndoelen niet zonder risico is — het risico is alleen minder zichtbaar dan een koersdaling.
Wat je eraan kunt doen
- Kijk naar de koopkrachtlijn. In onze grafiek is dat de oranje stippellijn. Die vertelt je meer dan het nominale eindbedrag.
- Indexeer je inleg. Laat je maandinleg elk jaar met de inflatie meegroeien. In de calculator zet je dat bij "inleg jaarlijks verhogen".
- Corrigeer je doelbedrag. Een verbouwing die nu € 30.000 kost, kost over tien jaar bij 2% inflatie ongeveer € 36.600.
- Beleg voor de lange termijn. Aandelen zijn historisch de categorie die inflatie over lange perioden het best heeft bijgehouden — zonder dat dat een garantie is.
Een veelgemaakte fout
Veel mensen rekenen hun rendement inclusief inflatie, maar hun uitgaven in euro's van vandaag. Dan lijkt een pensioenpot van € 800.000 comfortabel, terwijl die over dertig jaar de koopkracht heeft van ruim € 440.000. Kies één maatstaf en houd hem consequent aan: reken alles nominaal, of reken alles in euro's van nu.
Onze calculator toont beide, naast elkaar, zodat je die fout niet kunt maken.