Box 3 berekenen
Vul je vermogen op 1 januari in en zie wat de vermogensbelasting je dit jaar kost. Spaargeld, beleggingen en schulden tellen elk met hun eigen forfaitaire percentage mee.
- Cijfers van 2026
- Sparen en beleggen apart
- Fiscaal partner
- Percentages aanpasbaar
Je vermogen op 1 januari
Alleen de peildatum telt. Wat je gedurende het jaar bijstort of opneemt, doet voor deze heffing niet mee.
Box 3-belasting per jaar
€ 1.195
€ 100 per maand · 0,96% van je vermogen
Vermogen
€ 125.000
Aftrekbare schulden
€ 0
drempel € 3.800
Belaste grondslag
€ 65.643
na € 59.357 vrijstelling
Belast voordeel
€ 3.319
forfaitair rendement
Wat dit betekent
Je moet 0,96% rendement halen om de heffing goed te maken. Blijf je daaronder, dan daalt je vermogen in reële termen, nog voor de inflatie is meegerekend.
Wil je zien wat die heffing over tientallen jaren met je eindvermogen doet? Zet de belastingoptie aan in de ETF-calculator.
Rekenhulp op basis van de forfaitaire regels. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan kan de tegenbewijsregeling gunstiger uitpakken. Geen fiscaal advies.
Hoe de berekening werkt
Box 3 belast niet je werkelijke winst maar een verondersteld rendement over je vermogen op 1 januari. De volgorde is preciezer dan vaak wordt gedacht: het heffingsvrij vermogen gaat niet van je vermogen af vóór het forfait, maar bepaalt welk deel van het berekende voordeel wordt belast.
- Tel je bezittingen op en trek je schulden af, boven de drempel.
- Bereken het forfaitaire voordeel: banktegoeden tegen 1,28%, beleggingen tegen 6,00%, schulden tegen 2,70% eraf.
- Kijk welk deel van je grondslag boven het heffingsvrij vermogen uitkomt.
- Belast dat deel van het voordeel tegen 36%.
Een rekenvoorbeeld
Stel: € 25.000 spaargeld en € 100.000 aan beleggingen, geen schulden, geen fiscaal partner.
- Voordeel: € 25.000 × 1,28% + € 100.000 × 6,00% = € 6.320
- Grondslag boven de vrijstelling: € 125.000 − € 59.357 = € 65.643
- Belast deel: € 65.643 / € 125.000 = 52,5% van € 6.320 = € 3.319
- Belasting: € 3.319 × 36% = € 1.195
Dat is 0,96% van je vermogen. Zoveel rendement moet je dus minimaal maken om alleen al de belasting goed te maken, en dan is de inflatie nog niet meegerekend.
Waarom de verdeling zoveel uitmaakt
Dezelfde € 125.000 pakt heel anders uit als je hem anders verdeelt. Staat alles op de spaarrekening, dan betaal je ruim vier keer zo weinig als wanneer alles belegd is. Dat verschil is geen fiscale truc maar het gevolg van de forfaits: de Belastingdienst gaat er simpelweg van uit dat beleggingen meer opleveren.
Belangrijker dan de heffing van één jaar is wat die over een lange looptijd met je vermogen doet. Elke euro belasting kost je twee keer: de euro zelf, plus de groei die hij daarna nog had opgeleverd. In de ETF-calculator zet je de belastingoptie aan en uit om dat verschil over tientallen jaren te zien.
Wat je eraan kunt doen
- Peildatum. Alleen 1 januari telt. Grote uitgaven die je toch al van plan was, doe je liever in december dan in januari. Let wel op de antimisbruikregels rond kortstondig schuiven.
- Fiscaal partner. Samen heb je twee keer de vrijstelling en mag je de grondslag vrij verdelen over de aangiftes.
- Tegenbewijs. Was je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan kun je dat aantonen en betaal je over het laagste van de twee.
Meer achtergrond lees je in Box 3 en beleggen: wat het met je rendement doet. Dit is algemene informatie en geen fiscaal advies.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vermogensbelasting betaal ik in 2026?
Dat hangt af van de samenstelling van je vermogen. Boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon rekent de Belastingdienst met een verondersteld rendement: 1,28% over banktegoeden en 6,00% over beleggingen en overige bezittingen. Over die uitkomst betaal je 36%. Bij € 150.000 aan beleggingen zonder partner komt dat neer op ongeveer € 1.958 per jaar.
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
€ 59.357 per persoon. Heb je een fiscaal partner, dan geldt samen het dubbele: € 118.714. Kom je met je totale vermogen onder dat bedrag, dan betaal je geen box 3-belasting.
Waarom wordt spaargeld lager belast dan beleggingen?
Sinds het rechtsherstel deelt de Belastingdienst je vermogen op in categorieën met elk een eigen verondersteld rendement. Banktegoeden krijgen een laag percentage omdat de spaarrente laag is; beleggingen krijgen een percentage dat is afgeleid van het langjarige rendement op aandelen en vastgoed. Voor 2026 is dat 1,28% tegenover 6,00%.
Tellen mijn schulden mee?
Schulden verlagen je grondslag, maar alleen boven een drempel van € 3.800 per persoon. De hypotheek op je eigen woning telt niet mee: die valt in box 1. Een schuld levert bovendien niet het volle voordeel op, want er wordt gerekend met een forfaitair percentage van 2,70%.
Betaal ik ook als ik verlies heb geleden?
In het forfaitaire stelsel wel, want de heffing kijkt naar een verondersteld rendement en niet naar je werkelijke resultaat. Via de tegenbewijsregeling kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was; dan betaal je over het laagste van de twee. Dat regel je in je aangifte, niet in deze calculator.
Welke peildatum gebruikt de Belastingdienst?
1 januari van het belastingjaar. Wat je daarna in dat jaar bijstort, opneemt of uitgeeft, verandert niets meer aan de heffing over dat jaar.